Onze pedagogische visie

Bij de opvang van uw kinderen zijn wij niet enkel begaan met de dagdagelijkse praktische noden maar proberen wij uw kind tevens voor te bereiden voor de volgende stap. Om die reden vinden wij het belangrijk om naast onze algemene visie ook een pedagogische visie of methodiek toe te passen. Op die manier trachten wij een stap verder te gaan en na te gaan wat uw kind echt bezig houdt om daarop in te spelen.

Vervolgens trachten onze medewerksters zoveel mogelijk te documenteren in zogenaamde Ziko Vo opvolgsysteem. Dit is een pedagogisch instrument uitgewerkt in samenwerking met Kind&Gezin en wordt voornamelijk gebruikt om de ontwikkeling van uw kind op verschillende domeinen op te volgen. Voor meer informatie omtrent Ziko Vo verwijzen wij u graag veder naar deze link van Kind&Gezin.

Daarnaast maken wij van elk kind een pedagogische documentatiemap aan waarin wij foto's en kunstwerkjes van onze kinderen in bewaren. Deze map krijgt u op het einde van het opvangcontract mee als aandenken. 2 maal per jaar organiseren wij dan in het kader van onze ouder participatie een oudercontact avond waarbij u samen met onze medewerksters vrijblijvend de ontwikkeling van uw kind kan bespreken. Hierbij maken wij gebruik van het bovenvernoemde Ziko-Vo opvolgsysteem en van de pedagogische documentatiemap.

Deze pedagogische aanpak is slechts een onderdeel van een groter geheel dat gebaseerd is op de zogenaamde Reggio Emilia pedagogiek.

 

Wat is Reggio Emilia?

Bij de visie van Reggio Emilia gaat men ervan uit dat ieder kind dat geboren wordt competent, krachtig en intelligent is en wel beschikt over 100 talen om met zijn omgeving te communiceren = het krachtige kind! Kinderen zijn nieuwsgierig en ze benaderen hun wereld met al hun zintuigen en vermogens. Ze ontwikkelen gedachten, ideeën en fantasieën. Jonge kinderen zijn onderzoekers en makers: zij geven vorm aan hun eigen ontwikkeling. Natuurlijk zijn zij afhankelijk van volwassenen om hen heen. Want al is hun vermogen zo groot, hebben ze volwassenen nodig om zich in hen te verdiepen, naar hen te kijken en te luisteren. Zij hebben begeleiders nodig die kijken naar hun onderzoeksvragen en hun ruimte, materialen en situaties aanbieden om verder te kunnen ontwikkelen.

 

Het krachtige kind!

Elk kind is nieuwsgierig en leergierig en onderzoekt de wereld om hem heen. Het leert en ontwikkelt zichzelf in interactie met zijn omgeving. Elk kind beschikt over het vermogen zijn eigen kennis te produceren. Dit beeld van een component, krachtig en intelligent kind laat zien dat kinderen zelf richting geven aan hun ontwikkeling en groei, zij nemen zelf initiatief door te onderzoeken en vragen te stellen in potentie over onuitputtelijk veel capaciteiten beschikken. Een kind is geen onbeschreven blad met een leef hoofd dat door de volwassenen gevuld moet worden met kennis en inzicht, zoals men 200 jaar geleden dacht. Dat kinderen competent, krachtig en intelligent zijn, betekent niet dat zij niet gevoed en beschermd hoeven te worden en dat volwassenen geen bijdrage zouden moeten leveren aan hun ontwikkeling. Integendeel. De volwassenen moeten onvoorwaardelijk (bescherming, voeding en ondersteuning bieden) aanwezig zijn om het mogelijk te maken waar het uiteindelijk om gaat: de unieke ontwikkeling van unieke kinderen. De taak van volwassenen is te onderzoeken wat het kind bezig houdt, te kijken, te luisteren en hierop in spelen.

 

De 3 pedagogen!

Kinderen leren door interactie met hun omgeving. Door de ervaringen die zij opdoen vormen zij hun eigen theorieën over hun leefwereld maar ook aan wat andere kinderen en volwassenen daarover te zeggen hebben. Binnen deze context hebben kinderen "3 opvoeders”, 3 pedagogen die van betekenis zijn:

  • de andere kinderen
  • de volwassenen
  • de fysieke omgeving

De eerste pedagoog, de kinderen

De eerste en belangrijkste pedagoog voor kinderen zijn de andere kinderen. Kinderen leren zichzelf kennen in confrontatie en ontmoeting met andere. Het zijn vooral de andere kinderen die een kind een spiegel voorhouden waarin ze zichzelf herkennen of onderscheiden. Kinderen verstaan elkaars taal, al spreken ze nog geen woord. Ze herkinnen in elkaar de gelijkenissen en verschillen. Door samen te werken ontdekken kinderen waarin zij met elkaar overeen komen en waarin zij verschillen. Elk kind levert een bijdrage aan deze ontdekkingstocht. Samen met de begeleiders leren de kinderen deze verschillen te benutten en te waarderen.

De tweede pedagoog, de begeleiders

De begeleiders hebben de taak ervoor te zorgen dat de kinderen optimaal van elkaar kunnen leren. In hun werk nemen ze de houding aan van een onderzoeker, ze onderzoeken wat de kinderen bezig houdt en waarom. Het is hun taak om de kinderen te stimuleren, om ideeën te laten ontwikkelen en zich voorstellingen te laten maken van hoe iets werkt. De begeleiders creëren mogelijkheden voor volgende stappen in de ontdekkingstocht van de kinderen. Om kinderen op deze manier te begeleiden moeten de begeleiders goed naar de kinderen luisteren om zich een idee te kunnen vormen van de redenen waarom kinderen ergens in geïnteresseerd zijn. Kinderen zijn de hoofdrolspelers van hun eigen ontwikkeling waar zij ontwikkelen niet als de begeleiders geen mogelijkheden en voorwaarden zouden scheppen. De begeleiders zorgen ervoor dat de kinderen in groepjes van elkaar kunnen leren, kunnen spelen en communiceren.

De derde pedagoog, de fysieke omgeving

Tot de ruimte hoort niet alleen de ruimte op zich, maar ook de materialen en ervaringen die zij bieden en de functies die er plaats vinden. De indeling van de ruimte en het aanbod van materialen moeten aangepast zijn aan het ontdekken en onderzoeken van de kinderen. De ruimte moet een uitdaging geven om te ontdekken en te onderzoeken, ze moet flexibel zijn zodat de indeling aangepast kan worden aan de behoeftes van de kinderen en dat moet een overzicht en structuur bieden zodat kinderen er optimaal gebruik van kunnen maken. De ruimte en de materialen stimuleren de kinderen tot leren en spelen; zij vertellen een eigen verhaal en stellen eigen vragen en hebben daarom een eigen pedagogische waarde als derde pedagoog.

 

Tot slot …

 

100 talen!

Het kind bestaat uit 100
het kind heeft 100 talen, 100 handen, 100 gedachten
100 manieren van denken van spelen, van spreken.
100, altijd weer 100 manieren van luisteren, verwonderen en liefhebben
100 vreugden om te zingen en te begrijpen
100 werelden om te ontdekken
100 werelden om te verzinnen
100 werelden om te dromen.
Het kind heeft 100 talen (en nog 100 100 100 meer),
maar ze pakken er 99 af.
De scholen en de samenleving scheiden het hoofd van lichaam.
Zij zeggen tegen het kind dat hij zonder handen met denken
zonder hoofd moet handelen
moet luisteren en niet praten
moet begrijpen zonder vreugde
alleen met Pasen en Kerst mag liefhebben en verwonderen.
Ze zeggen tegen het kind dat werk en spel
realiteit en fantasie, wetenschap en verbeelding
hemel en aarde
verstand en droom
dingen zijn die niet bij elkaar horen.
 

En dus vertellen ze het kind dat de 100 er niet is.
Echter, het kind zegt:
ZEKER DIE IS ER WEL!

 

Open